De Koran, As-Saffat

LET OP: Vertaling bevat nog vele fouten! S.v.p. controleren en fouten doorgeven aan: dedienaar(apenstaartje)gmail.com.
NOTEER:

De Nederlandse vertaling van de Koran wordt slechts gezien als een beste poging om de correcte interpretatie van de betekenis over te brengen. Voor een oppervlakkig beeld is dit voldoende, maar voor een dieper begrip dient men de Koran zelf te raadplegen (d.w.z. het Arabisch).

Soera 37, As-Saffat (De zich opstellenden)

← naar Koran index
Nieuw pagina Ruku (begin van nieuw thema)
1
Bij hen die in rijen staan (de Engelen).

2
Die de wolken voortdrijven.

3
Die de Vermaning (de Koran) voordragen.

4
Voorwaar, jullie God is zeker Eén.

5
De Heer van de hemelen en de aarde en wat er tussen is en de Heer van de plaatsen van zonsopgang.

6
Voorwaar, Wij hebben de nabije hemel gesierd met een veniering: de sterren.

7
En als bescherming tegen alle opstandige Satans.

8
Zij kunnen niet luisteren bij de hoogste groep (de Engelen). Er wordt naar hen geworpen vanuit alle kanten.

9
Ter verjaging. En voor hen is er een ononderbroken bestraffing.

10
Behalve wie afluisterend luistert: een gloeiende vlam achtervolgt hem.

11
Vraag hen: "Zijn zij (de mensen) moeilijker om te scheppen of dat (hemel en aarde en wat er tussen is) wat wij hebben geschapen?" Voorwaar, Wij hebben hen van kleverige klei geschapen.

12
Jij verbaastje zelfs omdat zij (de door jou gebracht boodschap) bespotten.

13
En wanneer zij vermaand worden, dan nemen zij de Vermaning niet tot zich.

14
En wanneer zij een Teken (een goddelijk wonder) zien, dan bespotten zij.

15
En zij zeggen: "Dit is niets dan duidelijke tovenarij."

16
Als wij al dood zijn en tot aarde en beenderen zijn geworden; zullen wij dan zeker opgewekt worden?

17
En ook onze voorvaderen?"

18
Zeg: "Ja, en jullie zullen vernederd zijn."

19
Het is dan slechts één bliksemslag, waarna zij om zich heen kijken.

20
En zij zullen zeggen: "Wee ons, dit is de Dag des Oordeels."

21
Dit is de Dag van de beslissing, die jullie plachten te loochenen.

Ruku (begin van nieuw thema)
22
(Tot de Engelen wordt gezegd:) "Verzamel degenen die onrecht pleegden en hun gelijken en wat zij plachten te aanbidden.

23
Naast Allah. Leidt hen dan naar de weg naar Djahîm (de Hel).

24
En houdt hen vast: voorwaar, zij zullen ondervraagd worden."

Nieuw pagina
25
(Er zal aan hen gevraagd worden:) "Wat is er met jullie, waarom helpen jullie elkaar niet?"

26
Op die Dag zullen zij zich zelfs overgeven.

27
En zij zullen zich tot elkaar wenden en elkaar ondervragen.

28
Zij (de volgelingen) zullen zeggen: "Voorwaar, jullie zijn van de rechterkant tot ons gekomen."

29
Zij (de leiders) zullen antwoorden: "Jullie was waren zelfs geen gelovigen.

30
En wij hadden geen macht over jullie. Jullie waren zelfs een overtredend volk.

31
Het Woord (van bestraffing) tot ons van Onze Heer zal daarom bewaarheid worden. Voorwaar, wij zullen het zeker proeven.

32
Wij misleidden jullie toen: voorwaar, wij waren misleiders."

33
Voorwaar, zij zullen dan op die Dag in de bestraffing bijelkaar zijn.

34
Voorwaar, zo behandelen Wij de misdadigers.

35
Voorwaar, toen er tot hen gezegd werd: "Er is geen god dan Allah," toen waren zij hoogmoedig.

36
En zij zeggen: "Zullen wij dan onze goden achterlaten vanwege een bezeten dichter?"

37
Nee! Hij (Mohammed) is met de Waarheid gekomen en hij heeft de Gezondenen (de Profeten vóór hem) bevestigd.

38
Voorwaar, jullie proeven zeker de pijnlijke bestraffing.

39
En jullie worden slechts vergolden voor wat jullie hebben gedaan.

40
Behalve de dienaren van Allah die zuiver in hun aanbidding zijn.

41
Zij zijn degenen voor wie er een bekende voorziening is (het Paradijs).

42
Vruchten. En zij zijn de geëerden.

43
In Tuinen van Gelukzaligheid (het Paradijs).

44
Op rustbanken tegenover elkaar.

45
Onder hen wordt rondgegaan met een beker met Ma'in (van de bron van het Paradijs).

46
Helder wit, smakelijk voor de drinkers.

47
Deze (drank) kent geen beneveling en zij worden er niet dronken van.

48
En bij hen zijn schonen met ingetogen blikken, met mooie ogen.

49
Als waren zij welbewaarde eieren.

50
Zij wenden zich dan tot elkaar en stellen elkaar vragen.

51
Een spreker onder hen zal zeggen: "Voorwaar, ik had een vriend.

Nieuw pagina
52
Hij zei (vroeger tegen mij): "Voorwaar, behoor jij tot hen die (de Opstanding) bevestigen?

53
Als wij dan al dood zijn, en tot aarde en beenderen zijn geworden, zullen wij dan zeker worden beoordeld?"

54
Hij zei (tegen de anderen in het Paradijs): "Hebben jullie (dit) gezien?"

55
Toen keek hij en zag hem in het midden van Djahîm (de Hel).

56
Hij zei: "Bij Allah, jij hebt mij bijna in het ongeluk gestort.

57
En als er niet de genade van mijn Heer geweest was, dan zou ik zeker tot de voorgeleiden (voor de Hel) behoren.

58
Zullen wij dan niet sterven?

59
Naut ons eerste sterven? En zullen wij niet worden bestraft?"

60
Voorwaar, dat is zeker de geweldige overwinning.

61
Voor zoiets, laten de werkenden daarvoor werken.

62
Is die ontvangst beter, of de Zaqqôem-boom (in de Hel)?

63
Voorwaar, Wij hebben hem tot een beproeving voor de onrechtvaardigen gemaakt.

64
Voorwaar, het is een boom die voortkomt uit de bodem van Djahîm (de Hel).

65
De kolven ervan zijn als satanskoppen.

66
Voorwaar, dan zullen zij er van eten zodat zij er de buiken mee vullen.

67
Daarna is er voor hen een drank, gemengd met kokend water.

68
Tenslotte is hun terugkeer zeker naar Djahîm.

69
Voorwaar, zij troffen hun vaderen in dwaling verkerend aan.

70
Toen volgden zij hen haastig in hun voetsporen.

71
En voorzeker dwaalden vóór hen de meesten van de vroegeren.

72
En voorzeker hebben Wij uit hun midden waarschuwers gezonden,

73
Zie dan (O Mohammed) hoe het einde was van de gewaamshuwden.

74
Behalve (het einde van) de dienaren van Allah die, zuiver in hun aanbidding zijn.

Ruku (begin van nieuw thema)
75
En voorzeker, Noach riep Ons aan, en Wij zijn zeker de beste verhorenden.

76
En Wij redden hem en zijn volgelingen van de geweldige ramp.

Nieuw pagina
77
En Wij maakte zijn nakomelingen tot voortlevenden.

78
En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren.

79
Vrede zij met Noach in de werelden.

80
Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners.

81
Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovip dienaren.

82
Wij verdonken toen de anderen.

83
En voorwaar, tot zijn groep behoorde zeker Abraham.

84
(Gedenk) toen hij tot zijn Heer kwam met een zuiver hart.

85
Toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie?

86
Wensen jullie als een verzinsel goden naast Allah?

87
Wat stellen jullie je voor over de Heer der Werelden?"

88
Hij keek toen een ogenblik naar de sterren.

89
Hij zei toen: "Voorwaar, ik ben ziek."

90
Toen wendden zij zich af, hem de rug toekerend.

91
Toen ging hij heimelijk naar hun goden en zei: "Eten jullie (dit voedsel) niet?

92
Wat is er met jullie dat jullie niet spreken?"

93
Toen liep hij op hen toe en sloeg (hen) met de rechterhand.

94
Daarop liepen zij (de veelgodenaanbidders) snel naar hem toe.

95
Hij zei: "Aanbidden jullie wat jullie hebben uitgehouwen?

96
Terwijl Allah jullie heeft geschapen en wat jullie maken."

97
Zij zeiden: "Bouw voor hem een bouwwerk (brandstapel) en werp hem in het laaiende vuur."

98
Toen zij een list tegen hem wensten te beramen maakten Wij hen tot de allerlaagsten.

99
En hij zei (toen hun pogingen mislukt waren): "Ik wend mij tot mijn Heer, Hij zal mij leiden.

100
Mijn Heer, schenk mij (een zoon) van de rechtschapenen."

101
Toen verkondigden Wij hem de verheugende tijding van een zachtmoedige jongen (Ismaël).

102
Toen hij de leeftijd had bereikt waarop hij hem (Abraham) kon helpen, zei hij: "O mijn zoon, voorwaar, ik heb in een droom gezien dat ik jou zal offeren, zeg mij hoe jij daarover denkt," Hij zei: "O mijn vader, doe wat u is bevolen, U zult vinden dat ik, als Allah het wil, tot de geduldigen behoor."

Nieuw pagina
103
Toen zij zich (aan Allah) hadden overgegeven en hij hem op zijn slaap had gelegd (om te offeren).

104
Toen riepen Wij tot hem: "O Abraham!

105
Waarlijk, jij hebt de droom in waarheid vervuld. Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners."

106
Voorwaar, dat is zeker de duidelijke beproeving.

107
En Wij gaven hem ter vervanging een groot offerdier.

108
En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren.

109
Vrede zij met Abraham.

110
Zo belonen Wij de weldoeners.

111
Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovige dienaren.

112
En Wij verkondigden hem de verheugende tijding over (de geboorte van) Isaak, als een Profeet van de rechtschapenen.

113
En Wij zegenden hem en Isaak. En onder kun nakomelingen zijn er die weldoener zijn en (ook) die duidelijk onrechtvaardig voor zichzelf zijn.

Ruku (begin van nieuw thema)
114
En voorzeker, Wij hebben Mozes en Aaron begenadigd.

115
En Wij hebben hen beiden en hun volk gered van de geweldige ramp.

116
En Wij hielpen hen, waarop zij de overwinnaars werden.

117
En Wij gaven hun de verduidelijkende Schrift (de Thora).

118
En Wij hebben Hen op het rechte Pad geleid.

119
En Wij maakten voor hen (hun goede naam) blijvend onder de lateren.

120
Vrede zij met Mozes en Aaron.

121
Voorwaar, zo belonen Wij de weldoeners.

122
Voorwaar, zij behoren tot Onze gelovige dienaren.

123
En voorwaar. Elias behoort zeker tot de Gezondenen.

124
(Gedenk) toen hij tot zijn volk zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?

125
Aanbidden jullie Ba'l (een afgod) en verlaten jullie de Beste der Scheppers?

126
Allah is jullie Heer en de Heer van jullie voorvaderen."

Nieuw pagina
127
Toen loochenden zij hem, daarom worden zij zeker voorgeleiden (voor de bestraffing).

128
Behalve de dienaren van Allah die zuiver in hun aanbidding zijn.

129
En Wij maakten voor hem (zijn goede naam) blijvend onder de lateren.

130
Vrede zij met Elias.

131
Voorwaar, zo belonen wij de weldoeners.

132
Voorwaar, hij behoort tot Onze gelovige dienaren.

133
En voorwaar, Lot behoort zeker tot de gezondenen.

134
(Gedenk) toen Wij hem en zijn volgelingen allen hebben gered.

135
Behalve een vrouw (zijn echtgenote) die tot de achterblijvers behoorde.

136
Vervolgens vernietigden Wij de overigen.

137
En voorwaar, jullie gaan in de ochtend aan hen (de ruïnes van hun steden) voorbij.

138
En ook in de nacht, denken jullie dan niet na?

Ruku (begin van nieuw thema)
139
En voorwaar, Jonas behoort zeker tot de gezondenen.

140
(Gedenk) toen hij wegliep naar het volgeladen schip.

141
Toen lootte hij (om een plaats erop) en bij behoorde daarop tot de verliezers.

142
Toen slokte de vis hem op en hij verweet zichzelf.

143
En als hij niet tot degenen die de Glorie van Allah prezen behoord had.

144
Zou hij zeker in zijn buik zijn gebleven, tot de Dag waarop zij worden opgewekt.

145
Toen wierpen Wij hem eruit, op een kale vlakte, en hij was ziek.

146
En Wij deden over hem een boom groeien met veel bladeren.

147
En Wij zonden hem naar een honderdduizendtal (volgelingen) of meer.

148
Daarop geloofden zij en Wij schonken hun genietingen, voor een bepaalde tijd.

149
Vraag hen (de ongelovigen), of voor jouw Heer de dochters zijn en voor hen de zonen.

150
Hebben Wij de Engelen als vrouwen geschapen en waren zij getuigen?

151
Weet dat zij wegens hun verzonnen leugens zeker zullen zeggen:

152
"Allah heeft kinderen verwekt." Voorwaar, zij zijn zeker leugenaars.

153
Heeft Hij dochters verkozen boven zonen?

Nieuw pagina
154
Wat is er met jullie? Hoe beoordelen jullie?

155
Laten jullie je dan in iet vermanen?

156
Of beschikken jullie over een duidelijk bewijs?

157
Breng dan jullie boek, als jullie waarachtigen zijn!

158
En zij verzinnen verwantschap tussen Hem en de djinns. En voorzeker, de djinns weten dat zij de voorgeleiden zullen zijn.

159
Heilig is Allah boven wat zij toeschrijven.

160
Behalve de dienaren van Allah die Hem zuiver aanbidden.

161
Voorwaar jullie en wat jullie aanbidden.

162
Jullie kunnen niemand tegen (het plan van) Hem te doen dwalen.

163
Behalve degene die Djahîm (de Hel) binnengaat.

164
(De Engelen zeggen:) "En er is niemand van ons, of er is voor hem een bekende plaats.

165
En voorwaar, wij zijn degenen die in rijen staan.

166
En voorwaar, wij zijn zeker degenen die de Glorie van Allah prijzen."

167
En zij (de ongelovigen) zullen zeker zeggen:

168
"Als wij over een Vermaning van de vruegeren hadden beschikt,

169
Dan zouden wij zeker tot de dienaren van Allah die Hem zuiver aanbidden hebben behoord."

170
Maar zij verwierpen hem (de Koran), daarom zullen zij het weten.

171
En voorzeker, Ons Woord is voorafgegaan aan Onze gezonden dienaren.

172
Voorwaar, zij zijn het die zeker geholpen zullen worden.

173
Voorwaar, zij zijn Onze legers die zeker de overwinnaars zullen zijn.

174
Wend je (O Mohammed) dan voor een bepaalde tijd van hen (de gelovigen) af.

175
En kijk naar hen, zij zullen spoedig (de gevolgen) zien.

176
Vragen zij dan Onze bestraffing te bespoedigen?

177
Als dan (de bestraffing) neerdaalt op hun erven, dat is dan de slechtste ochtend voor de gewaarschuwden.

178
En wend je van hen af voor een bepaalde tijd.

179
En kijk, spoedig zullen zij (de bestraffing) zien.

180
Heilig is jouw Heer, de Heer van de Almacht, boven wat zij toeschrijven.

181
En vrede zij met de gezondenen.

182
En alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.

← naar Koran index
LET OP: Vertaling bevat nog vele fouten! S.v.p. controleren en fouten doorgeven aan: dedienaar(apenstaartje)gmail.com.