De Koran, Ash-Shoeʿara

LET OP: Vertaling bevat nog een aantal fouten! S.v.p. controleren en fouten mailen naar: team (apenstaartje) bijbelhoek.nl.
NOTEER:

De Nederlandse vertaling van de Koran wordt slechts gezien als een beste poging om de correcte interpretatie van de betekenis over te brengen. Voor een oppervlakkig beeld is dit voldoende, maar voor een dieper begrip dient men de Koran zelf te raadplegen (d.w.z. het Arabisch).

← naar Koran index
Nieuw pagina Ruku (begin van nieuw thema)
1
Tha Sîn Mîm.

2
Dit zijn Verzen van het duidelijke Boek.

3
Misschien zou jij jezelf vernietigen van verdriet omdat zij geen gelovigen zijn.

4
Als Wij het gewenst hadden, hadden Wij een Teken uit de hemel tot hen doen neerdalen, zodat hun nekken ervoor gebogen bleven.

5
Er komt geen nieuwe Vermaning van de Erbarmer tot hen, of zij wenden zich ervan af.

6
Voorzeker, zij loochenden, maar berichten over wat zij plachten te bespotten zullen tot hen komen.

7
Kijken zij dan aiet naar de aarde, hoeveel Wij er van allerlei rijke soorten gewassen op doen groeien?

8
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.

9
En voorwaar, jouw Heer: Hij is zeker de Almachtige, Meest Barmhartige.

Ruku (begin van nieuw thema)
10
(Gedenk) toen jouw Heer Mozes opriep: "Ga naar het volk van de onrechtvaardigen.

11
Het volk van Fir'aun, vrezen zij (Allah) niet?

12
Hij (Mozes) zei: "Mijn Heer, ik ben bang dat zij mij loochenen.

13
En dat mijn borst zich zal vernauwen en dat ik niet vloeiend zal spreken, zend daarom (de Engel) naar Aaron.

14
En zij hebben (een beschuldiging van) een misdaad tegen mij en ik ben bang dat zij mij zullen doden."

15
Hij (Allah) zei: "Nee, ga dus beiden met Onze Tekenen: voorwaar, Wij zijn met jullie, luisterend.

16
Ga daarom naar Fir'aun en zeg: "Voorwaar, wij zijn de Boodschappers van de Heer der Werelden.

17
Zend de Kinderen van Israël met ons."

18
Hij (Fir'aun) zei: "Hebben wij jou niet als een kind onder ons opgevoed en verbleef jij geen jaren van jouw leven onder ons?

19
En jij deed wat jij deed en jij behooft tot de ondankbaren."

Nieuw pagina
20
Hij (Mozes) zei: "Ik heb dat gedaan toen ik tot de onnadenkenden behoorde.

21
Dus vluchtte ik weg toen ik bang voor jullie was. Daarop heeft mijn Heer aan mij Wijsheid gegeven en gemaakt dat ik tot de Boodschappers behoorde.

22
En dit is de gunst die jij mij bewees: dat jij de Kinderen van Israël tot slaven gemaakt hebt."

23
Fir'aun zei: "En wie is de Heer der Werelden?"

24
Hij (Mozes) zei: "De Heer van de hemelen en de aarde en wat tussen hen beide is, als jullie er maar van overtuigd waren."

25
Hij (Fir'aun) zei tot hen die rondom hem waren: "Luisteren jullie niet?"

26
Hij (Mozes) zei: "Juitie Heer en de Heer van jullie voorvaderen."

27
Hij (Fir'aun) zei: "Voorwaar, jullie Boodschapper die tot jullie gezonden is, is zeker bezeten."

28
Hij (Mozes) zei: "De Heer van het Oosten en het Westen en wat tussen hen beide is, als jullie begrijpen."

29
Hij (Fir'aun) zei: "Als jij een andere god dan mij hebt aangenomen, dan zal ik jou zeker tot een van de gevangenen maken."

30
Hij (Mozes) zei: "Zelfs als ik jou iets duidelijks kan laten zien?"

31
Hij (Fir'aun) zei: "Breng het maar, als jij tot de waarachtigen behoort."

32
Toen wierp hij zijn staf neer en daarop werd het een duidelijke slang.

33
En hij strekte zijn hand uit en die werd wit voor de toeschouwers.

Ruku (begin van nieuw thema)
34
Hij (Fir'aun) zei tegen de vooraanstaanden rondom hem: "Voorwaar, dit is zeker een bekwame tovenaar.

35
Hij wil jullie uit jullie land verdrijven met zijn tovenarij. Dus wat adviseren jullie?"

36
Zij zeiden: "Stel (de zaak van) hem en zijn broeder uit en stuur bijeenroepers naar de steden.

37
Zij zullen elke bekwame tovenaar bij jou brengen.

38
Zo werden de tovenaars verzameld op een afgesproken tijd op een aangewezen dag.

39
En tot de mensen werd gezegd: "Zijn jullie nu bijeengekomen?

Nieuw pagina
40
Moge wij de tovenaars volgen als zij de overwinnaars zijn."

41
Toen de tovenaars kwamen, zeiden zij tot Fir'aun: "Krijgen we zeker een beloning, als wij de overwinnaars zijn?"

42
Hij zei: "Ja, jullie zullen dan tot de (mij) nabijen behoren."

43
Mozes zei tot hen: "Werp maar wat jullie te werpen hebben."

44
Toen wierpen zij hun touwen en staven neer, terwijl zij zeiden: "Bij de eer van Fir'aun: voorwaar, wij zullen zeker de overwinnaars zijn."

45
Toen wierp Mozes zijn staf neer, en toen verslond zij wat zij met hun bedrog hadden gemaakt.

46
Toen wierpen de tovenaan zich neer, knielend.

47
Zij zeiden: "Wij geloven in de Heer der Werelden.

48
De Heer van Mozes en Aaron."

49
Hij (Fir'aun) zei: "Geloven jullie hem voordat ik jullie toestemming geef? Voorwaar, hij is zeker jullie meerdere die jullie de tovenarij onderwees. En spoedig zullen jullie het weten: ik zal jullie handen en jullie voeten aan tegenovergestelde kanten afhakken en ik zal jullie allen kruisigen."

50
Zij (de tovenaars) zeiden: "Het deert (ons) niet. Voorwaar, wij zullen naar onze Heer terugkeren.

51
Voorwaar, wij verlangen dat Hij onze fouten vergeeft, omdat wij de eersten van de gelovigen zijn."

52
En wij openbaarden aan Mozes: "Reis in de nacht met Mijn dienaren: voorwaar, jullie zullen achtervolgd worden."

Ruku (begin van nieuw thema)
53
Toen stuurde Fir'aun bijeenroepers de steden in.

54
"Diegenen zijn zeker een kleine groep.

55
En voorwaar, zij hebben ons woedend gemaakt.

56
En voorwaar, wij zijn zeker allen voorzichtig."

57
Toen verdreven Wij hen van de tuinen en bronnen.

58
En de schatten en eervolle plaatsen.

59
Zo was het; en Wij deden de Kinderen van Israël het erven.

60
Toen achtervolgden zij hen bij zonsopgang.

Nieuw pagina
61
En toen de twee groepen elkaar zagen, zeiden de metgezellen van Mozes: "Voorwaar, wij worden zeker bereikt!"

62
Hij (Mozes) zei: "Zeker niet voorwaar, mijn Heer is met mij, Hij zal mij leiden."

63
Toen openbaarden Wij aan Mozes: "Sla de zee met jouw staf." Toen spleet de zee en elk gedeelte was als een geweldige berg.

64
En Wij deden de anderen daar dichtbij komen.

65
En wij redden Mozes en allen die bij hem waren.

66
Vervolgens verdronken Wij de anderen.

67
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.

68
En voorwaar, jouw Heer (O Mohammed) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.

69
En lees hun de geschiedenis van Abraham voor.

Ruku (begin van nieuw thema)
70
(Gedenk) toen hij tot zijn vader en zijn volk zei: "Wat aanbidden jullie?"

71
Zij zeiden: "Wij aanbidden afgoden en wij zullen hen blijven aanbidden."

72
Hij (Abraham) zei: "Horen zij jullie, wanneer jullie hen aanroepen?

73
Of brengen zij jullie voordeel of berokkenen zij jullie nadeel?

74
Zij zeiden. "Wij vonden dat zelfs onze vaderen zo deden."

75
Hij (Abraham) zei: "Hebben jullie dan gezien wat jullie plegen te aanbidden?

76
Jullie en jullie vaderen die voorafgingen?

77
Voorwaar, zij zijn een vijand voor mij, (ik aanbid niemand) behalve de Heer der Werelden.

78
Degene Die mij geschapen heeft, Hij leidt mij.

79
En Hij is Degene Die mij voedt en Die mij te drinken geeft.

80
En wanneer ik ziek ben, is Hij het Die mij geneest.

81
Degene Die mij doet sterven en mij vervolgens doet leven.

82
En Degene van Wie ik hevig verlang dat Hij mijn zonden zal vergeven op de Dag des Oordeels.

83
Mijn Heer, schenk mij wijsheid en verenig mij met de rechtschapenen.

Nieuw pagina
84
En maak mijn naam vermaard onder de lateren.

85
En maak mij één van de erfgenamen van de Tuin van de gelukzaligheid (het Paradijs).

86
En vergeef mijn vader, waal bij behoorde tot de dwalenden.

87
En verneder mij niet op de Dag waarop er wordt opgewekt.

88
Op de Dag, waarop rijkdom en zonen niet zullen baten.

89
Alleen bij (zal gebaat zijn), die naar Allah komt met een zuiver hart

90
En de Tuin wordt dichtbij de Moettaqôen gebracht.

91
En Djahîm (de Hel) wordt tentoongesteld aan de dwalenden.

92
En tot hen wordt gezegd: "Waar is het, wat jullie plachten te aanbidden?

93
Naast Allah? Kunnen zij jullie helpen of zichzelf helpen?

94
Dan worden zij hals over kop daarin geslingerd, zij en de dwalenden.

95
En de troepen van Iblies (de Satan), allemaal.

96
Zij zeggen, terwijl zij met elkaar redetwisten:

97
"Bij Allah, wij verkeerden zeker in een duidelijke dwaling.

98
Dat wij jullie (de afgoden) gelijkstelden met de Heer der Werelden.

99
En alleen de misdadigers hebben ons doen afdwalen.

100
En wij hebben geen voorsprekers,

101
En geen boezemvriend.

102
Was er voor ons maar een weg terug, dan zouden wij tot de gelovigen behoren."

103
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn ongelovigen.

104
En voorwaar, jouw Heer (O Mohammed) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.

Ruku (begin van nieuw thema)
105
Het volk van Noach loochende de Boodschappers.

106
(Gedenk) toen hun broeder Noach tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?

107
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.

108
Vrees daarom Allah en gehoorzaam mij.

109
Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.

110
Vrees daarom Allah en gehoorzaam mij.

111
Zij zeiden: "Zouden wij jou volgen, terwijl de meest nederigen jou volgen?"

Nieuw pagina
112
Hij (Noach) zei: "En ik heb geen kennis over wat zij deden.

113
Hun afrekening is slechts bij mijn Heer, als jullie het maar zouden beseffen.

114
Ik zal de gelovigen zeker niet wegjagen.

115
Ik ben slechts een duidelijke waarschuwer."

116
Zij zeiden: "Als jij er niet mee ophoudt, O Noach, dan behoor jij tot degenen die gestenigd worden!"

117
Hij (Noach) zei: "Mijn Heer, voorwaar mijn volk loochent mij.

118
Spreek daarom een oordeel uit tussen mij en hen. En red mij en de gelovigen die met mij zijn."

119
Toen redden Wij hem en degenen die met hem in het beladen schip waren.

120
En vervolgens verdronken Wij degenen die achterbleven (in de zondvloed).

121
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.

122
En voorwaar, jouw Heer (O Mohammed) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.

Ruku (begin van nieuw thema)
123
Het volk van de 'Âd loochende de Boodschappers.

124
(Gedenk) toen hun broeder Hôed tot hen zei: "Vrezen jullie Allah niet?

125
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.

126
Vrees daarom Allah en gehoorzaam mij.

127
En ik vraag jullie er geen beloning voor, want mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.

128
Zouden jullie op elke heuvel een gebouw bouwen om jullie te vermaken?

129
En bouwen jullie paleizen in de hoop dat jullie eeuwig leven?

130
En als jullie toeslaan, slaan jullie toe als geweldenaars.

131
Vrees daarom Allah en gehoorzaam mij.

132
En vrom Hem Die jullie dat geschonken heeft waarover jullie weten.

133
En Hij Die jullie vee en zonen schenkt.

134
En tuinen en bronnen.

135
Voorwaar, ik vrees voor jullie een bestraffing op de geweldige Dag."

136
Zij zeiden: "Voor ons is het hetzelfde of jij ons waarschuwt of dat jij niet tot de waarschuwers behoort.

Nieuw pagina
137
Dit is slechts een gewoonte van de vroegeren.

138
En wij zullen niet behoren tot hen die gestraft worden."

139
Maar zij loochenden hem, dus vernietigden Wij hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen waren geen gelovigen.

140
En voorwaar, jouw Heer (O Mohammed) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.

Ruku (begin van nieuw thema)
141
Het volk van de Tsamôed loochende de Boodschappers.

142
(Gedenk) toen hun broeder Shâlih tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?

143
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.

144
Vrees daarom Allah en gehoorzaam mij.

145
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.

146
Zullen jullie in veiligheid gelaten worden temidden van wat hier is?

147
Temidden van tuinen en bronnen.

148
En akkerland en dadelpalmen met tere trossen.

149
En jullie houwen vaardig huizen uit in de bergen.

150
Vrees dan Allah en gehoorzaam mij.

151
En geef geen gehoor aan het bevel van de buitensporigen.

152
Degenen die verderf zaaien op de aarde en zich niet beteren."

153
Zij zeiden: "Voorwaar, jij behoort tot de betoverden.

154
Jij bent slechts een mens zoals wij. Breng daarom een Teken als jij tot de waarachtigen behoort."

155
Hij (Shâlih) zei: "Dit is een vrouwtjeskameel, zij heeft recht om te drinken en jullie hebben recht om te drinken, (ieder) op een vastgestelde dag.

156
En treft haar niet met kwaad, want dan zal de straf van een Geweldige Dag jullie treffen.

157
Toen slachtten zij haar, daarna werden zij berouwvollen.

158
Toen trof de bestraffing hen. Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.

159
En voorwaar, jouw Heer (O Mohammed) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.

Nieuw pagina Ruku (begin van nieuw thema)
160
Het volk van Lot loochende de Boodschappers.

161
(Gedenk) toen hun broeder Lot tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?

162
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.

163
Vrees daarom Allah en gehoorzaam mij.

164
En ik vraag jullie er geen beloning voor, want mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.

165
Waarom benaderen jullie van de wereldbcwoners de mannen?

166
En verlaten jullie hen die jullie Heer als echtgenotes geschapen heeft? Jullie zijn beslist een overtredend volk!"

167
Zij zeiden: "O Lot, als jij er niet mee ophoudt, behoor jij tot de verdrevenen."

168
Hij in zei: "Voorwaar, ik behoor tot hen die jullie daden verachten.

169
Mijn Heer, red mij en mijn familie van wat zij doen."

170
En Wij hebben hem en zijn familie allen gered.

171
Behalve een oude vrouw onder de achterblijvers.

172
Toen vernietigden Wij de anderen.

173
En Wij deden een (vulkanische) regen op hen neerstromen, hoe slecht was de regen voor de gewaarschuwden!

174
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.

175
En voorwaar, jouw Heer (O Mohammed), is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.

Ruku (begin van nieuw thema)
176
De bewoners van Aikah loochenden de Boodschappers.

177
(Gedenk) toen Sjoe'aib tot hen zei: "Vrezen jullie (Allah) niet?

178
Voorwaar, ik ben voor jullie een betrouwbare Boodschapper.

179
Vrees daarom Allah en gehoorzaam mij.

180
En ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust slechts bij de Heer der Werelden.

181
En geef de volle maat een behoort niet tot hen die tekort doen.

182
En weegt met juiste weegschalen.

183
En benadeelt niet de mensen in hun zaken en verricht geen kwaad op aarde, als verderfzaaiers.

Nieuw pagina
184
En vrees Degene Die jullie en de vroegere generaties geschapen heeft."

185
Zij zeiden: "Voorwaar, jij behoort slechts tot de betoverden.

186
En jij bent slechts een mens als wij ein wij vinden dat jij zeker tot de leugenaars behoort.

187
Laat dan eens een stuk van de hemel op ons vallen, als jij tot de waarachtigen behoort."

188
Hij zei: "Mijn Heer weet het beste wat jullie doen."

189
Maar zij loochenden hem, waarop een bestraffing hen trofop een zwaarbewolkte dag. Voorwaar, het was een bestraffing van een geweldige dag.

190
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van hen zijn geen gelovigen.

191
En voorwaar, jouw Heer (O Mohammed) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.

Ruku (begin van nieuw thema)
192
En voorwaar, hij (de Koran) is zeker een neerzending van de Heer der Werelden.

193
Met hem (de Koran) daalde de getrouwe Geest (de engel Gabriël) neer.

194
Op jouw hart (O Mohammed), opdat jij tot de waarschuwers behoort.

195
In een duidelijke Arabische taal.

196
En voorwaar, hij (de Koran) is zeker (aangekondigd) in de Schriften van de vroegeren.

197
Is het voor hen dan geen teken dat de geleerden van de Kinderen van Israël hem kennen?

198
En als Wij hem aan de niet-Arabieren hadden doen neerdalen.

199
(En als) hij hem dan aan ben voorgedragen had, dan hadden zij er niet in geloofd.

200
Op deze wijze deden Wij hem binnendringen in de harten van de misdadigers.

201
Zij zullen er niet in geloven totdat zij de pijnlijke bestraffing zien.

202
Die plotseling tot ben zal komen, terwijl zij het niet beseffen.

203
Dan zeggen zij: "Krijgen wij uitstel?"

204
Vragen zij dan dat Onze bestraffing bespoedigd wordt?

205
Wat denk jij dan, als Wij hun (enige) jaren laten genieten?

206
En daarop tot hen komt wat beloofd was?

Nieuw pagina
207
Het zal hun niet baten, wat hun aan genot gegeven was.

208
En Wij hebben geen stad vernietigd zonder dat er voor haar waarschuwers waren geweest.

209
Als een waarschuwing: en Wij weren geen onrechtvaardigen.

210
En hij (de Koran) is niet door de Satans neergedaald.

211
Het past hun niet en zij zijn er niet toe in staat.

212
Voorwaar, van het horen (ervan) zijn zij zeker buitengesloten.

213
Roep dus geen andere goden naast Allah aan, anders zal jij tot de bestraften behoren.

214
En waarschuw jouw naaste familieleden.

215
En wees bescheiden eva nederig tegenover de gelovigen die jou volgen.

216
En als zij jou dan ongehoorzaam zijn, zeg dan: "Ik ben onschuldig aan wat jullie doen."

217
En vertrouw op de Almachtige, de Meest Barmhartige.

218
Degene Die jou ziet als jij staat (te bidden).

219
En jouw bewegingen (ziet) onder de knielenden.

220
Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.

221
Zal ik jou vertellen tot wie de Satans neerdalen?

222
Zij dalen neer tot elke zondige leugenaar.

223
Zij luisteren nam het gesprokene en de meesten van hen zijn leugenaars.

224
En de dichters; de dwalenden volgen hen.

225
Zie jij niet dat zij rusteloos ronddwalen in iedere vallei?

226
En dat zij zeker zeggen wat zij niet doen?

227
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en Allah vaak gedenken. En zij overwinnen nadat hun onrecht is aangedaan. En degenen die onrecht pleegden zullen spoedig weten tot welke plaats van terugkeer zij zullen terugkeren!

← naar Koran index
LET OP: Vertaling bevat nog een aantal fouten! S.v.p. controleren en fouten mailen naar: team (apenstaartje) bijbelhoek.nl.