De Bijbel, Psalmen 4

← naar Bijbel index
1
Een psalm van David, voor de koorleider, bij snarenspel.
2
Als ik roep, verhoor mij, o God van mijn gerechtigheid! In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt. Wees mij genadig en luister naar mijn gebed.
3
Aanzienlijke mannen, hoelang zult u mijn eer te schande maken? Hoelang zult u het lege liefhebben, de leugen zoeken? [ Sela]
4
Weet toch: de HEERE heeft Zich een gunsteling afgezonderd; de HEERE hoort als ik tot Hem roep.
5
Wees ontzet, maar zondig niet; spreek in uw hart wanneer u op uw slaapplaats ligt, en wees stil. [ Sela]
6
Breng offers van gerechtigheid en vertrouw op de HEERE.
7
Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE!
8
U hebt mij meer blijdschap in het hart gegeven dan ten tijde dat zij hun koren en hun nieuwe wijn in overvloed hadden.
9
In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.
← naar Bijbel index