De Bijbel, Psalmen 3

← naar Bijbel index
1
Een psalm van David, toen hij vluchtte voor zijn zoon Absalom.
2
HEERE, hoe talrijk zijn mijn tegenstanders; velen staan tegen mij op.
3
Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. [ Sela]
4
U echter, HEERE, bent een schild voor mij, mijn eer; U heft mijn hoofd omhoog.
5
Met mijn stem riep ik tot de HEERE, en Hij verhoorde mij vanaf Zijn heilige berg. [ Sela]
6
Ik lag neer en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.
7
Ik vrees niet voor tienduizenden van het volk, die zich aan alle kanten tegen mij opstellen.
8
Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God, want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen, de tanden van de goddelozen hebt U stukgebroken.
9
Het heil is van de HEERE; Uw zegen is over Uw volk. [ Sela]
← naar Bijbel index