De Bijbel, Psalmen 99

← naar Bijbel index
1
De HEERE regeert; laten de volken sidderen. Hij troont tussen de cherubs; laat de aarde beven.
2
De HEERE is groot in Sion, Híj is verheven boven alle volken.
3
Laten zij Uw grote en ontzagwekkende Naam loven. Heilig is Hij.
4
Loof de macht van de Koning, Die het recht liefheeft. Ú hebt een billijk bestuur gevestigd, Ú hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.
5
Roem de HEERE, onze God; buig u neer voor de voetbank van Zijn voeten. Heilig is Hij.
6
Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, Samuel onder wie Zijn Naam aanriepen; zij riepen tot de HEERE en Híj verhoorde hen.
7
Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen in acht genomen en de verordeningen die Hij hun had gegeven.
8
HEERE, onze God, Ú hebt hen verhoord; U bent voor hen een vergevend God geweest, hoewel U wraak oefende over hun daden.
9
Roem de HEERE, onze God; buig u neer voor Zijn heilige berg, want heilig is de HEERE, onze God.
← naar Bijbel index