De Bijbel, Psalmen 126

← naar Bijbel index
1
Een pelgrimslied. Toen de HEERE de gevangenen van Sion terug deed keren, waren wij als mensen die droomden.
2
Toen werd onze mond vervuld met lachen en onze tong met gejuich. Toen zei men onder de heidenvolken: De HEERE heeft grote dingen bij hen gedaan!
3
De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan, daarom zijn wij verblijd.
4
HEERE, breng een omkeer in onze gevangenschap, zoals waterstromen in het zuiden.
5
Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.
6
Wie het zaad draagt en dat zaait, gaat al wenend zijn weg; maar hij zal zeker terugkomen met gejuich, en zijn schoven dragen.
← naar Bijbel index