De Bijbel, Psalmen 1

← naar Bijbel index
1
Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaars, die niet zit op de zetel van de spotters,
2
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE en Zijn wet dag en nacht overdenkt.
3
Want hij zal zijn als een boom geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken.
4
Maar zo zijn de goddelozen niet: die zijn juist als het kaf, dat de wind wegblaast.
5
Daarom blijven de goddelozen niet staande in het gericht, de zondaars niet in de gemeenschap van de rechtvaardigen.
6
Want de HEERE kent de weg van de rechtvaardigen, maar de weg van de goddelozen zal vergaan.
← naar Bijbel index