De Bijbel, Exodus 29

Hoofdstuk: Exodus 29

21
Dan moet u wat van het bloed nemen dat op het altaar is, en van de zalfolie, en dat sprenkelen op Aäron, op zijn kleding, op zijn zonen en op de kleding van zijn zonen met hem. Dan zal hij geheiligd zijn, hij, zijn kleding, zijn zonen en de kleding van zijn zonen met hem.
← naar Bijbel index

Abonneer op onze nieuwsbrief!