De Bijbel, Psalmen 113

← naar Bijbel index
1
Halleluja! Loof, dienaren van de HEERE, loof de Naam van de HEERE.
2
De Naam van de HEERE zij geloofd, van nu aan tot in eeuwigheid.
3
Vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, zij de Naam van de HEERE geprezen.
4
De HEERE is verheven boven alle heidenvolken, boven de hemel is Zijn heerlijkheid.
5
Wie is als de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont,
6
Die zeer laag ziet, in de hemel en op de aarde;
7
Die de geringe opricht uit het stof, de arme verheft uit het vuil,
8
om hem te doen zitten bij edelen, bij de edelen van Zijn volk;
9
Die de onvruchtbare doet wonen in haar gezin: een blijde moeder van kinderen. Halleluja!
← naar Bijbel index